Soms merk je dat er iets in jezelf is waar je anders mee wilt omgaan. Een gewoonte die je niet meer dient, een gedachte die steeds terugkomt, een angst die je klein houdt, of een manier van leven waarvan je voelt dat die niet meer bij je past. Je denkt dan misschien: ik wil dit veranderen. Alsof er een duidelijke grens bestaat tussen wie je bent en wat je wilt veranderen.
Maar misschien ligt het niet zo eenvoudig. Want zodra je iets in jezelf begint te veranderen, verander je zelf ook mee.
Wanneer je bijvoorbeeld leert om vaker je grenzen aan te geven, verander je niet alleen je gedrag. Langzaam verandert ook het beeld dat je van jezelf hebt. Eerst voelt het misschien ongemakkelijk. Je moet jezelf eraan herinneren dat je nee mag zeggen, dat je niet altijd hoeft uit te leggen waarom iets niet goed voelt. Maar na verloop van tijd wordt het natuurlijker. Je gaat jezelf zien als iemand die voor zichzelf mag kiezen.
Zo kan iets wat je eerst bewust moest oefenen uiteindelijk onderdeel worden van wie je bent.
Dat maakt de zin ’tot je bent wat je verandert’ zo bijzonder. Het gaat niet alleen over verandering, maar over de manier waarop verandering je identiteit raakt. Je probeert niet simpelweg een probleem op te lossen. Terwijl je verandert, ontdek je ook een andere kant van jezelf.
Misschien was je altijd gewend om jezelf onzeker te noemen. Maar wanneer je kleine stappen gaat zetten, moeilijke gesprekken niet langer uit de weg gaat en jezelf toestaat om fouten te maken, kan er langzaam iets verschuiven. Je hoeft jezelf dan niet meer voortdurend te vertellen dat je zelfverzekerd moet zijn. Je begint het te ervaren.
Je gaat van ‘ik probeer zelfverzekerder te worden’ naar ‘ik ben iemand die zichzelf steeds meer vertrouwt.’
Psychologisch gezien gebeurt er iets moois wanneer gedrag zich herhaalt. Wat in het begin bewust en soms geforceerd voelt, kan langzaam een gewoonte worden. En gewoontes beïnvloeden weer hoe we naar onszelf kijken. We vormen niet alleen ons gedrag, ons gedrag vormt ook ons zelfbeeld.
Daarom hoef je misschien niet te wachten tot je je anders voelt voordat je anders gaat leven. Soms komt het gevoel pas nadat je een tijdje anders hebt gehandeld.
Je hoeft je bijvoorbeeld niet eerst moedig te voelen om iets spannends te doen. Soms ontstaat moed juist doordat je iets doet terwijl je bang bent. Je hoeft jezelf niet eerst volledig te accepteren voordat je beter voor jezelf kunt zorgen. Soms groeit zelfacceptatie juist doordat je jezelf steeds opnieuw laat merken dat je zorg en aandacht waard bent.
Tegelijkertijd zit er ook een zachte waarschuwing in deze gedachte. Veranderen kan namelijk een eindeloze zoektocht worden. Je kunt zo gewend raken aan het idee dat je altijd beter, sterker, rustiger of succesvoller moet worden, dat je vergeet dat je ook gewoon mag zijn wie je nu bent.
Dan wordt veranderen geen beweging vanuit liefde voor jezelf, maar een voortdurende poging om jezelf te repareren.
Misschien is dat niet de bedoeling. Misschien gaat echte verandering niet over jezelf vervangen door iemand anders. Misschien gaat het er meer om dat je steeds dichter komt bij een versie van jezelf die eerlijker voelt. Niet perfecter, maar meer van jou.
Je verleden hoef je daarbij niet uit te wissen. Wat je hebt meegemaakt, blijft onderdeel van je verhaal.
Maar de betekenis die je eraan geeft, kan veranderen. Ook daarin zit vrijheid. Je kunt niet altijd veranderen wat er is gebeurd, maar soms kun je wel veranderen hoe je ermee verder leeft.
En misschien is dat uiteindelijk wat ’tot je bent wat je verandert’ werkelijk zegt.
Dat iedere keuze die je opnieuw maakt, iedere grens die je leert stellen, iedere angst die je voorzichtig aankijkt en iedere gewoonte die je loslaat, iets in jou mee verandert.
Je hoeft niet precies te weten wie je uiteindelijk zult worden. Je mag onderweg zijn.
Want soms ontdek je pas wie je aan het worden bent, wanneer je terugkijkt en ziet hoeveel er onderweg in jou veranderd is.
Divine Royalty

