Ik herinner het me alsof het niet alleen een droom is, maar een soort stille overgang in mezelf.
Ik lig te slapen, en ergens in die diepe, zachte laag van bewustzijn komt er weer die zware stem via de televisie. Niet luid, niet dreigend, meer alsof het vanzelfsprekend is dat ik luister. Alsof iets buiten mij, maar toch vreemd vertrouwd, mij aanspoort om iets te doen wat niet onderhandelbaar voelt. Ik moet een pen in mijn handen nemen en schrijven.
Het schrijven zelf is niet gewoon schrijven. De woorden zijn er niet echt zoals woorden bestaan in het daglicht. Het is cryptisch, vloeiend, half herkenbaar en half vreemd. Er zit structuur in, maar geen taal die ik volledig kan grijpen. Het lijkt Duits, of iets wat daarop lijkt, alsof er een oude laag in mij wordt aangesproken. Ze noemen het ‘JON geschrift’. Een naam die ik niet ken, maar die toch klinkt alsof hij ergens in mij al bestaat.
Ik voel geen angst. En dat is misschien het meest bijzondere.
Er is druk, ja. Een zachte, onontkoombare druk, alsof iets in mij zegt dat dit moet gebeuren. Maar er is ook rust. En iets wat ik nu alleen nog maar fascinatie kan noemen. Alsof ik toekijk terwijl ik deelneem. Alsof een deel van mij eindelijk stil genoeg is om iets nieuws te ontvangen zonder het meteen te willen controleren of begrijpen.
In die droom bestaat geen haast, alleen richting.
En terwijl ik schrijf in dat vreemde schrift, voelt het niet alsof ik iets verzin, maar alsof ik iets doorlaat. Alsof mijn handen een taal proberen te volgen die nog net niet klaar is om volledig geboren te worden.
Wanneer ik wakker word, blijft die sfeer niet achter in verwarring, maar in helderheid.
Er komt ruimte in mijn borstkas. Echt fysieke ruimte. Alsof iets dat eerst licht gespannen zit, niet meer vastgehouden hoeft te worden. Mijn adem wordt dieper zonder dat ik er iets voor doe. Alsof mijn lichaam weet dat er iets afgerond is, nog voordat mijn gedachten het kunnen benoemen.
En daarna gebeurt er iets zachts, iets wat ik niet meteen kan plaatsen.
Ik zie beelden van kleine hartjes. Niet één groot symbool, maar heel veel kleine hartjes, samengebundeld in één geheel. Alsof losse stukjes gevoel niet langer apart hoeven te zweven, maar samenkomen in een vorm die rustiger, vollediger is. Alsof emotie niet langer versnipperd is, maar samenvalt.
Later begin ik te begrijpen wat deze droom misschien weerspiegelt. In mijn leven is al iets aan het verschuiven.
Ik trek me meer terug uit een chaotische omgeving. Niet vanuit angst, maar vanuit een groeiend gevoel van helderheid. Alsof ik begin te voelen wat wel en niet bij mij hoort. Mijn eigenwaarde wordt zichtbaarder voor mijzelf, niet als idee, maar als innerlijk weten. Mijn intuïtie wordt stiller en tegelijk duidelijker, alsof ze niet meer hoeft te schreeuwen om gehoord te worden. En met die stilte groeit ook zelfvertrouwen dat niet gebouwd is op bewijs, maar op ervaring.
Ik leef al minder vanuit reactie, en meer vanuit afstemming. En misschien is dat precies wat deze droom laat zien.
De stem via de televisie is niet iets externs dat mij controleert, maar eerder een symbool van iets dat mij uit de ruis haalt. Het schrijven is geen opdracht van buitenaf, maar een innerlijk proces van vormgeven aan iets wat nog geen woorden heeft. Het cryptische schrift is geen geheim dat opgelost moet worden, maar een tussenstadium waarin verandering nog niet volledig taal is geworden.
Het is acceptatie in beweging. Niet als groot inzicht, maar als een stille verschuiving. Iets in mij hoeft niet meer bestreden te worden om te bestaan.
En wat misschien het meest blijft hangen, is niet het beeld van het schrijven of het schrift zelf, maar de overgang erna.
De adem die dieper wordt.
De ruimte in mijn borstkas.
De hartjes die samenkomen.
Alsof mijn systeem even laat zien dat ik dit niet meer hoef vast te houden als losse stukken. Het mag samenkomen. Het mag eenvoudiger worden. Het mag zachter worden.
Wat ik uit deze ervaring meeneem, is niet een boodschap die ik moet ontcijferen, maar een herinnering die ik mag voelen.
Dat verandering niet altijd luid is.
Dat groei soms begint in cryptische taal die nog geen woorden heeft.
Dat acceptatie niet plots gebeurt, maar zich ontvouwt in lagen, via dromen, via lichaam, via stilte.
En dat er een moment komt waarop iets in mij niet langer verdeeld voelt, maar verzameld. Alsof alles wat ik ben, heel zachtjes terugkeert naar één geheel.
En in die heelheid is er geen haast meer om te begrijpen.
Alleen ruimte om te zijn.
Divine Royalty

