Je staat stil op een plek waar niemand je ziet, maar waar je jezelf niet kunt ontwijken. Het is geen fysieke plek, het is een innerlijke ruimte die zich opent omdat je eindelijk ophoudt met rennen. Daar, in de stilte, voel je hoe vermoeiend het is om jezelf steeds te vertellen wie je moet zijn.
Al lange tijd denk je dat eerlijk zijn vooral betekent dat je de waarheid tegen anderen spreekt. Dat je zegt wat juist is, wat klopt, wat acceptabel is. Maar diep vanbinnen weet je al die tijd dat je jezelf overslaat. Je glimlacht terwijl iets in jou huilt. Je zegt “het gaat goed” terwijl je hart om aandacht vraagt. En elke keer dat je dat doet, laat je jezelf een stukje los.
Eerlijk naar jezelf zijn begint niet met grote woorden, maar met luisteren. Met het erkennen van dat zachte, soms ongemakkelijke gevoel dat zich meldt wanneer je even niets doet. In dat luisteren ontdek je geen oordeel, alleen waarheid. Waarheid die niet schreeuwt, maar wacht.
Je ziet hoe je je aanpast, hoe je delen van jezelf afrondt om in vormen te passen die niet echt de jouwe zijn. En in plaats van schaamte voel je compassie. Je doet wat je kunt met wat je nu weet. Dat besef brengt zachtheid, alsof je jezelf eindelijk toestemming geeft om mens te zijn.
Wanneer je eerlijk wordt naar jezelf, valt er iets weg. Geen masker, maar een gewicht. Je hoeft niet langer te bewijzen dat je sterk bent, want je mag ook moe zijn. Je hoeft niet altijd zeker te zijn, want twijfel blijkt een poort naar groei. In die eerlijkheid vind je geen perfectie, maar aanwezigheid.
Nu weet je dat eerlijk naar jezelf zijn een dagelijkse oefening is. Het is jezelf elke dag opnieuw ontmoeten, zonder haast, zonder verhaal. Het is durven zeggen: “dit ben ik nu.” En dat is genoeg. In die waarheid voel je je thuis. Niet omdat alles opgelost is, maar omdat je jezelf niet meer verlaat. En dat, zo ervaar je, is misschien wel de meest spirituele daad die je kunt verrichten.
Divine Warrior



