Niet omdat jij blind bent, maar omdat je ogen gewend zijn geraakt aan vormen, en niet meer aan beweging.
Ik zie de zachte trilling rond je woorden nog vóór je ze uitspreekt. Ze verraden wat je probeert te verbergen voor jezelf. Wanneer je zegt dat het “goed gaat”, kleurt de ruimte om je heen doffer, alsof je licht even zijn adem inhoudt. Dat is geen oordeel, alleen een signaal. Alles wat niet gezegd wordt, zoekt toch een weg naar buiten.
Ik zie herinneringen die niet in je hoofd wonen, maar in je lichaam. In je schouders liggen oude beloftes opgeslagen, in je buik een angst die ooit nuttig was en nu alleen nog waakt. Jij noemt het spanning. Ik noem het een verhaal dat aandacht wil.
Ik zie paden die je niet kiest, maar die jou wel blijven roepen. Ze fluisteren niet in woorden, maar in toevalligheden: een zin in een boek, een ontmoeting op het juiste moment, een herhaald verlangen dat je wegwuift als onrealistisch. Toeval is slechts het woord dat het verstand gebruikt wanneer het de samenhang nog niet durft te erkennen.
Ik zie hoe je aura groter wordt wanneer je luistert naar je intuïtie, zelfs al twijfel je daarna meteen aan jezelf. Het moment vóór die twijfel, dát is waar je waarheid woont. Daar, in die fractie van stilte, ben je helder, open en precies afgestemd.
Ik zie ook wat jij wél ziet: de buitenwereld, de feiten en de zekerheden. Die zijn niet verkeerd. Ze zijn alleen niet volledig. Zoals een spiegel die je gezicht toont, maar niet de warmte erachter.
Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet.
Maar het is niet van mij. Het is van jou, nog net buiten je blikveld, wachtend tot je durft te kijken zonder te zoeken.
En wanneer je dat doet, zul je merken dat we altijd al hetzelfde zien.
Jij leert alleen nu pas hoe je moet kijken.
Wendy ![]()
![]()



